Inhoudsopgave

Zoek op trefwoord:


Design & CMS by Deltacom

Flanders Knowledge Area

Handboek Internationalisering van het curriculum is een online publicatie van Flanders Knowledge Area.

3.1.3 Het deelinstrument om het opleidingsmanagement te bevragen

Een bron van inspiratie om de internationale dimensie in het curriculum te onderzoeken biedt het werk van Betty Leask van de University of South Australia 1. Leask definieert internationalisering van het curriculum als: The incorporation of international and intercultural dimensions into the content of the curriculum as well as the teaching and learning arrangements and support services of a program of study (Leask 2009, p. 9). De definitie van Leask impliceert verder dat een geïnternationaliseerd curriculum:

  • de internationale en interculturele competenties definieert: de kennis, vaardigheden en het zelfbewustzijn die de studenten nodig hebben om als burgers en professionals efficiënt in een mondiale samenleving te participeren, een samenleving die gekenmerkt wordt door snelle veranderingen en een toenemende diversiteit.
  • deze competenties systematisch doorheen de opleiding ontwikkelt.
  • studenten zal betrekken bij internationaal geïnspireerd onderzoek en culturele en taalkundige diversiteit.
  • verder zal gaan dan de traditionele grenzen en heersende paradigma's en de studenten zal voorbereiden om met onzekerheid om te gaan, door het ontwikkelen van hun vermogen om met een open geest en zowel creatief als kritisch te denken.
  • een degelijke assessment inricht zowel van de evolutie van studenten op het domein van deze internationale en interculturele competenties als van de uiteindelijke beheersing van deze competenties.
  • gecombineerd wordt met een geïnternationaliseerde campuscultuur en geïnternationaliseerd informeel curriculum.

Leask ontwikkelde in haar onderzoekswerk een vragenlijst om de internationale dimensie in het curriculum bloot te leggen. De vragenlijst gaat in op de context waarin het opleidingsprogramma wordt onderwezen, evenals individuele elementen van het curriculum, zoals inhoud, beoordeling en hoe de onderwijs- en leertrajecten worden georganiseerd. Respondenten wordt gevraagd om de verschillende aspecten van hun programma op een continuüm aan te duiden, met de descriptoren als leidraad. Leask plaatst een geïnternationaliseerd curriculum uitdrukkelijk in een bredere context: niet alleen het formele curriculum, maar ook het informele curriculum, extra-curriculaire activiteiten en ondersteunende diensten, maken deel uit van de internationale dimensie in het curriculum.

We misten bij Leask echter enkele elementen van een sterke leeromgeving. Haar vragenlijst voor docententeams polst veel naar de culturele laag van opleidingsonderdelen, disciplines, (inter-)culturele ervaringen en inzichten van studenten en docenten, terwijl wij meer geïnteresseerd zijn in elementen van een ‘krachtig’ competentiegericht curriculum in de context van het Vlaamse hoger onderwijs, die nog specifieker aangeven of alle internationale competenties volgens het ICOM-model systematisch doorheen de opleiding worden ontwikkeld.

Dit bracht ons bij een tweede bron: de Inspiratiegids voor een competentiegerichte opleiding, een output van een Associatie KU Leuven Onderwijsontwikkelingsfonds Project (Minne & Seynaeve, 2008). Deze gids reikte ons verschillende invalshoeken aan om na te denken over de internationale dimensie binnen een competentiegerichte opleiding: een zelfevaluatiegedeelte, een waarderend onderzoek en inspiratievragen in functie van verdere dialoog in de opleiding. Naast een zelfevaluatiegedeelte, beschouwen we de integratie van een waarderend onderzoek in ons instrument eveneens als een meerwaarde omdat we opleidingen uitdrukkelijk stimuleren tot het ontdekken wat ze al goed doen en wat ze nog zouden kunnen doen (good practices) op het vlak van internationalisering van het curriculum. Ten tweede verschaft deze Inspiratiegids handvaten om te werken rond diverse componenten van een curriculum (visie, competentieprofiel, feedback, reflectie), hetgeen we terugvinden in de literatuur op het vlak van internationalisering van het curriculum.

Deze twee bronnen inspireerden de ICOMs bij het ontwerpen van het deelinstrument voor het opleidingsmanagement, dat voor elk van de vijf competentievelden de volgende vragen stelt:

  1. In welke mate is er een draagvlak in het docententeam voor de ontwikkeling van deze cluster van competenties bij de studenten?
  2. In welke mate is ontwikkeling van deze cluster van competenties beschreven in de opleidingsvisie?
  3. In welke mate maakt ontwikkeling van deze cluster van competenties deel uit van het competentieprofiel van de opleiding?
  4. In welke mate organiseert de opleiding initiatieven en activiteiten buiten de (geplande activiteiten van de) opleidingsonderdelen op het vlak van ontwikkeling van deze cluster van competenties?
  5. In welke mate is ontwikkeling van deze cluster van competenties vertaald in een leerlijn in de opleiding?
  6. In welke mate bevat het curriculum activiteiten en initiatieven waarbinnen studenten reflecteren over hun ontwikkeling op het vlak van ontwikkeling van deze cluster van competenties?
  7. In welke mate krijgen studenten feedback op hun groei wat betreft ontwikkeling van deze cluster van competenties?

We besloten om in dit deelinstrument opleidingen te laten werken met de ICOMs-velden in plaats van competenties zoals in het andere deel, omdat het doel hier eerst en vooral is om opleidingen te laten reflecteren over deze aspecten van een geïnternationaliseerd curriculum, eerder dan voor alle competenties na te gaan of deze bv. in de visie aan bod komt. Dit leek ons minder zinvol. Het zijn de ICOMs-velden die in eerste instantie het kader vormen voor internationalisering van het curriculum, eerder dan de lijst van competenties die hieruit zijn afgeleid. Wanneer een opleiding voor de aspecten uit dit deel van het ICOMs-instrument wil verder werken, kan ze terugvallen op de meer gedetailleerde kaart over de integratie van de competenties in de opleidingsonderdelen zoals dienaar voren komt in het andere deel van het ICOMs-instrument.

Per vraag ontwikkelden we vier antwoordcategorieën. Deze geven niet noodzakelijk een stijgend niveau van kwaliteit aan. Ze zijn niet bedoeld als evaluatie om systematisch na te gaan hoe goed de ICOMs in het curriculum zijn ingebed. Ze onthullen eerder in welke mate de verschillende velden structureel geïntegreerd zijn.

Daarnaast wordt de respondenten gevraagd om per ICOMs-veld een good practice binnen hun opleiding te beschrijven.

Een rapportage wordt enkel geschreven op basis van de twee ingevulde opleidingsinstrumenten.
Leask, B. (2009). Using Formal and Informal Curricula to Improve Interactions Between Home and International Students. Journal of Studies in International Education, 12(2), 205-221.
Minne, E. & Seynaeve, K. (2008). Inspiratiegids voor een competentiegerichte opleiding. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.


1 Voor een beknopte inleiding, zie: http://global.umn.edu/ICC/documents/12_lecture_leask_Internationalisation_of_curriculum_article.pdf



Lees verder: 3.2   Descriptoren Internationalisering
 
Flanders Knowledge Area

Flanders Knowledge Area

www.flandersknowledgearea.be

Study in Flanders

Study in Flanders

www.studyinflanders.be

Research in Flanders

Research in Flanders

www.researchinflanders.be

Studeer in het Buitenland

Studeer in het Buitenland

www.studeerinhetbuitenland.be

Handboek Internationalisering

Handboek Internationalisering

www.handboek-internationalisering.be

Studies and Statistics

Studies and Statistics

www.flandersknowledgearea.be / nl / projecten / studies-and-statistics

Forum

Forum

www.flandersknowledgearea.be / nl / fora

Blog

Blog

www.flandersknowledgearea.be / nl / blog

Reconfirm

Reconfirm

www.reconfirm.be

Klik hier om de andere projecten van Flanders Knowledge Area te raadplegen
Back to top
Bezig met laden,
even geduld aub!